| |
Plaatsing Buiten
ALS VLOERBEKLEDING 1. Plaatsing op een drainerende betonlaag Voor een terras of bestrating moet de fundering gelegd worden tot onder de vorstlijn, ongeveer 40 cm onder het pas van de vloer. Zie ook het WTCB-tijdschrift nr.4/1990 (6° katern). - Drainerende steenslaglaag, goed ingezakt en aangedamd, van ongeveer 20 tot 30 cm
- Korrelbeton van ongeveer 15 cm.
Samenstelling: 150 kg cement per m2 granulaten 8/22 of 10/20. - Gestabiliseerd zandbed van ongeveer 5 cm.
samenstelling: gewassen rivierzand 0/5 of 0/7 mm gemengd met wit cement, een weinig nat gemaakt en ineengeklonken. verhouding: 9 delen zand voor 1 deel cement - Legmortel van maximum 3 cm. De tegels worden vol in de mortel gelegd, dus niet in ‘dotten'.
samenstelling: wit zand 0/2 mm gemengd met wit cement. verhouding: 4 delen zand voor 1 deel cement 2. Plaatsing op een betonnen onderlaag: - Vermijd een betonnen draagvloer, want op beton (weinig poreus) blijft het water gemakkelijker staan en kan het terras later ook opvriezen. Bovendien heeft beton ook een grotere krimp, wat later tot barsten in de tegels door zetting kan leiden.
- Heeft u toch een betonnen draagstructuur, doe dan het volgende:
Op het beton breng je een drainagemat (bvb een Traubamat van Schlüter). Daarna zijn er twee mogelijkheden: A/ Je legt een gewapende chape met een minimumdikte van 5 cm. Laat deze dekvloer voldoende uitdrogen (minimum 28 dagen). Daarna lijm je de BELTRALINEA GARDEN-strips met een aangepaste lijm (BELTRAFLEX) op de dekvloer. Het grote voordeel van deze methode is dat het terras geen contact heeft met het beton en dus afzonderlijk kan reageren op de wisselende weersomstandigheden. B/ op de drainagemat werkt men verder op de traditionele methode: gestabiliseerd zandbed, mortel en bevloering (zie hierboven in punt 1.). Voor punt 1. en 2. geldt: indien de oppervlakte meer dan 20 m2 of de lengte meer dan 3 m (blootgesteld aan de zon) of 5 m (niet blootgesteld aan de zon) bedraagt, dient een zettingsvoeg voorzien te worden dwars door zandbed en legmortel (1.) of de dekvloer (2.). Aan de aansluiting met de gevel voorziet men ook een zettingsvoeg door het plaatsen van een vochtdichte, elastische bewegingsvoeg (kit of profiel). De bekleding wordt met een helling van 1.5 % gelegd om waterstagnatie op de vloer zoveel mogelijk te vermijden: de helling moet zo uitgevoerd worden dat het water van het gebouw verwijderd wordt. De aansluiting van de bekleding met de gevel moet lager liggen dan het niveau van de waterkerende membranen in de gevel. De voegbreedte buiten bedraagt 4 à 6 mm. De voegspecie is Beltrajoint. ALS WANDBEKLEDING - De BELTRALINEA GARDEN-strips worden met Beltraflex (min 0,5 en max 1,5 cm dik) geplaatst op een droge en voldoende hechtende ondergrond.
- Dubbele verlijming is onontbeerlijk, dwz. zowel de rug van de strips als de ondergrond worden volledig ingestreken met kleefmortel.
- Na het plaatsen het materiaal zeker niet met water besproeien en de (eventuele) voegen meerdere dagen (in vochtige omstandigheden: minimum 3 dagen!) open laten, zodat het vocht door deze voegen verdampen kan. De voegbreedte is afhankelijk van het materiaal (raadpleeg steeds de technische fiche van het betreffende materiaal). De voegspecie is Beltrajoint. Tijdens het opvoegen dient men telkens weer de strips te reinigen opdat er zich geen cementsluier zou vormen op de strips.
- Bij plaatsing van de Beltralinea Stoneskin-strips en de gekloven Beltralineastrips als wandbekleding worden geen voegen voorzien. In hoeken raden we aan de plaketten in verstek te zagen en te plaatsen.
Download hier de technische fiche van BELTRALINEA
|
| |